CASA✦ HQ

Kinderen

Ik dacht dat ik dat slaapfeestje gaf

19 juli 2026 · 4 min lezen

Een slaapfeestje met vijftien tienjarige, hoogbegaafde, neurospicy prepubers. Dat kan niet anders dan chaos worden.

Ik had mezelf voorgenomen om dat gewoon te laten gebeuren. Dat is sowieso hoe ik het thuis doe: ik loop een beetje aan te rommelen, ik luister naar wat er ontstaat, en verder laat ik ze zelf beslissen. Ze mogen die autonomie gewoon pakken.

Wat ik niet had zien aankomen is hoe gründlich ze hem zouden pakken.

Ze waren nog geen uur binnen of het huis was van hen. Er werden plekken geclaimd, er werden matrassen versleept, er werd een tent opgezet in een kamer omdat iemand vond dat een feest beter is mét tent. Wie waar ging slapen was een onderhandeling van een kwartier waar ik me met opzet buiten heb gehouden. En ondertussen verzonnen een paar van hen hoekjes. Gewoon, hier en daar in het huis, een plek.

Ik heb er toen niks van gedacht. Kinderen maken hutten, that's it.

Mijn enige poging tot regie

Kwam bij het lasergamen, en die duurde precies twee rondes.

Op die pistolen zit een revive-knop. Ik had ze verteld dat alleen míjn pistool kon reviven, want dan moeten vijftien rennende kinderen telkens even naar mij toe en heb ik er af en toe een paar tegelijk in het vizier. Slim bedacht, al zeg ik het zelf.

Bij de tweede revive hadden ze het door.

Natuurlijk hadden ze het door. Elk pistool kan reviven, dat staat gewoon op het ding. Die kinderen zijn tering slim en ik had beter moeten weten.

Dus daar rende ik, door vijfhonderd vierkante meter, boven en beneden, trap op trap af, volstrekt overbodig geworden, met vijftien kinderen die inmiddels een eigen tactiek hadden ontwikkeld waar ik niks van begreep.

Vijftien kinderen aan een lange tafel met een gouden tafelkleed, een bak patat in het midden, rode bekers, handen in de lucht. De gezichten zijn bedekt.
Avondeten. Iemand riep patat en toen was dat besloten. De gezichten heb ik bedekt, want veertien van deze kinderen zijn niet van mij.

En toen ging het licht uit

Later die avond kwam de disco. Iemand keihard in de JBL-microfoon, ogen dicht, hand in de lucht, en een publiek eromheen dat net zo hard meezong. Muziek op tien.

En precies op dat moment gebeurde er iets waar ik nog steeds stil van word.

Er ging er eentje met een noise cancelling koptelefoon in een hoek zitten. Niet zielig, niet buitengesloten, gewoon lekker van een afstandje kijken alsof het een aquarium was. Er kroop er een de tent in. En eentje was aan het lezen in een stil gedeelte van het huis, en toen het daar ook te vol werd stond ze op en ging ze ergens anders zitten.

Geen drama. Geen tranen. Geen mama die moest bemiddelen.

Die hoekjes van 's middags waren dus geen hutten. Dat waren vluchtroutes. Ze hadden ze aangelegd voordat ze ze nodig hadden, omdat ze precies wisten wat er ging komen.

Vijftien kinderen, vijftien manieren om met herrie om te gaan, en ze hadden het allemaal al geregeld toen ik nog dacht dat ze aan het spelen waren.

Daar valt dus niks aan te sturen, en dat hoeft ook niet. Je hoeft ze geen rust op te leggen. Je hoeft ze ruimte te geven, en dan lossen ze het beter op dan jij het had bedacht.

De rest deed het huis zelf

Er kwam een kamer vol matrassen, wand tot wand, geen plekje vloer meer te zien. Vijftien kinderen naast elkaar, klaarwakker, stiekem pratend in het donker. Ik ben nog drie keer de trap op gegaan om te zeggen dat het nu echt tijd was en na de derde keer heb ik me erbij neergelegd.

Er is twee uur geslapen.

Een slaapkamer waar de hele vloer volligt met matrassen, dekbedden, slaapzakken en knuffels. Twee kinderen liggen erbij, hun gezichten zijn bedekt.
Wand tot wand. Ergens onder al die dekbedden liggen vijftien kinderen die vinden dat het nog veel te vroeg is om te slapen.

Om acht uur stond ik poffertjes en pannenkoeken op te scheppen uit chafing dishes, want als je het doet dan doe je het goed en die kinderen mochten best meemaken hoe het is als er een hotel langskomt. Vijftien kinderen die op twee uur slaap zitten te eten en alweer keihard praten. Ik stond daar met de poedersuiker en ik dacht: dit is het. Hier doe ik het voor.

Ontbijt de volgende ochtend: een lange tafel met poffertjes uit chafing dishes, rode bekers, kinderen aan weerszijden. De gezichten zijn bedekt.
Acht uur 's ochtends, twee uur slaap, en toch gaat de poedersuiker erop.

Om een uur of twee ging de laatste de deur uit, vierentwintig uur nadat de eerste was gebracht. Ik ben op bed geploft om verder he-le-maal niks meer te doen. Opruimen was een probleem voor morgen.

En de maandag erna zei de juf dat ze nog nooit zo'n rustige maandag had gehad.

Dinsdag trouwens ook niet.

Een mailtje bij een nieuw stuk

Geen wekelijkse update en geen aanbiedingen — ik schrijf als er iets te schrijven valt, en dan krijg jij het stuk in je mail. Afmelden kan met één klik onderaan elke mail.

Je adres gaat nergens anders heen en wordt nergens aan verkocht.

← Alle stukken