Als ik zeg dat ik overprikkeld ben, hoor ik vaak: ga eens lekker een uurtje voor jezelf zitten. Lief bedoeld, en het werkt niet.
Overprikkeld is niet moe. Moe gaat over met slapen. Overprikkeld gaat over met minder, en dat is niet hetzelfde.
Het is niet het geluid
Eén kind dat roept is niks. Een wasmachine die draait is niks. Iemand die vraagt wat we eten is niks. De radio aan is niks.
Alles tegelijk is alles.
Het telt namelijk niet op, het vermenigvuldigt. Vier stemmen is geen vier keer één stem, want ze moeten alle vier apart gevolgd worden en je moet ook nog bijhouden welke van de vier antwoord verwacht. Daar zit het werk, niet in het geluid zelf.
Daarom is die zin over een uurtje voor jezelf ook zo hardnekkig verkeerd. Het probleem is niet dat er te weinig stilte was. Het probleem is dat er te veel tegelijk was. Een uur stilte achteraf haalt dat niet meer terug, net zoals uitslapen op zondag een hele week te korte nachten niet repareert.
De dag is niet te lang, de dag is te vol
Ik heb jaren geprobeerd dit op te lossen met tijd. Eerder opstaan. Efficiënter plannen. Slimmer indelen.
Dat werkte niet, want ik had geen tekort aan uren. Ik had te veel dingen per uur.
Vroeger opstaan geeft je een extra uur waarin je nog steeds aan alles tegelijk denkt. Je hebt het probleem dan alleen langer.
Wat wel helpt
Dingen uit elkaar trekken. Niet minder doen, maar minder tegelijk doen. Twee dingen achter elkaar kosten mij veel minder dan twee dingen naast elkaar, ook al duren ze even lang.
Eén ding minder in de lucht. Elk ding dat je moet onthouden draait op de achtergrond mee. Zet je er één ergens neer waar hij ook zonder jou bestaat, dan zet je hem uit. Dat scheelt meer dan je denkt, en het is de reden dat opschrijven niet zwak is maar gewoon opslag.
Accepteren dat je hoofd niet uitgaat. Bij mij gaat hij nooit uit, hooguit zachter. Dat vond ik lang een tekortkoming. Inmiddels mik ik op zachter, en zachter is al feest.
De avond niet volplannen. Aan het eind van de dag heb ik geen woorden meer over. Niet omdat het misging, ze zijn gewoon op. Wie mij om negen uur nog iets wil vragen krijgt een antwoord van bedenkelijke kwaliteit.
Wat het met anderen doet
Dit hoort er ook bij, en het is minder gezellig.
Als je overprikkeld bent, word je kort. Je snauwt om iets wat het niet waard is. En vervolgens leg je dat uit aan iemand die niks fout deed, want die vroeg alleen wat er vanavond gegeten werd. Dat was de druppel, niet de emmer, maar dat verschil voelt diegene niet.
Wat bij ons helpt is dat het een naam heeft. "Ik ben overprikkeld" is informatie, geen verwijt en geen excuus. Het betekent: geef me twintig minuten en vraag me daarna nog eens. Dat is een stuk bruikbaarder dan alsnog vriendelijk proberen te doen terwijl het niet gaat.
Eén zin om te onthouden
Het is niet te druk, het is te veel tegelijk.
Druk los je op met minder doen. Te veel tegelijk los je op door dingen uit elkaar te halen.
Dat scheelt, want minder doen wilde ik niet. Ik wil dit leven, met dit volle huis en deze vier kinderen en dit lawaai. Ik wil het alleen graag achter elkaar in plaats van allemaal tegelijk.