Mijn ouders wonen een deel van het jaar in Spanje. De rest van het jaar wonen ze bij ons.
Ik dacht altijd dat ik gewoon een druk leven had. Vier kinderen, een bedrijf, een huishouden. Tot ik ging bijhouden wanneer het echt te veel werd, en dat bleek verdacht precies samen te vallen met de weken dat mijn moeder weg is.
Het ligt dus niet aan het aantal kinderen. Het ligt aan het aantal volwassenen dat meedenkt.
Wat zij doet zonder dat het gevraagd wordt
Dit is de lijst waar ik zelf van schrok toen ik hem opschreef.
Ik sta broodtrommels te smeren, en ondertussen zorgt zij dat de kinderen hun schooltassen pakken. Ik leg er twee op bed, en zij houdt de andere twee bezig zodat dat kán. Zij brengt ze 's ochtends naar school. Zij plant haar eigen afspraken zo dat ze daarna meteen door kan om ze op te halen.
Niets daarvan heb ik gevraagd. Niets daarvan heb ik uitgelegd. En dat is precies het verschil.
Want het zware aan een huishouden is niet het werk zelf. Het zware is dat je het allemaal moet bedénken, uitdelen en bijhouden. Iemand die meedenkt haalt niet één taak van je lijst, die haalt de hele bijhoudlaag eronder weg voor de stukken die zij pakt.
En er is nog iets
Zij zorgt voor mij.
Dat is de kortste en de moeilijkste zin van dit stuk. Iedereen in dit huis heeft iemand die voor ze zorgt. Voor de kinderen ben ik dat. Voor mij is dat mijn moeder, en alleen als ze er is.
Ik ben er niet zielig van in de tussentijd. Maar er is wel een verschil tussen een huis waar je de enige volwassene bent die de hele tijd vooruitkijkt, en een huis waar er twee zijn.
Wat er omvalt
De extra handen zijn weg, en dan moet ik het opeens allemaal alleen doen. Dat klinkt logisch als je het opschrijft en het voelt niet logisch als het gebeurt, want er is niets veranderd aan het aantal taken. Alleen aan het aantal mensen dat ze ziet.
Er is geen reserve-ik. Als ik uitval in zo'n week, valt er niets in mijn plaats. Ziek worden is dan een planning: twee dagen vooruit, en het liefst in het weekend. Dat klinkt als een grap en het is er eigenlijk geen.
Wat ik ervan geleerd heb
Twee dingen, en het tweede is het belangrijkste.
Eén: meedenken is een vaardigheid, geen karaktertrek. Mijn moeder doet dat niet omdat ze toevallig zo'n type is. Ze doet het omdat ze weet hoe dit huishouden werkt. Dat kun je leren, en dat betekent dat iemand anders het ook kan leren.
Twee: het beste wat ze me heeft meegegeven is voor jezelf zorgen. Dat is grappig, want ik ben er waardeloos in. Maar ik weet tenminste dat het hoort, en dat ik het niet hoef te verdienen. Dat is niet niks om van huis uit mee te krijgen.
En als ze weg is
Dan doe ik precies wat ik iedereen aanraad en zelf het slechtst volhoud: minder tegelijk. Niet minder doen, minder tegelijk.
En ik plan die weken niet vol. Geen leuke dingen erbij, geen afspraken die kunnen wachten, geen projecten die ik "er even naast" doe.
En dan is ze weer terug, en dan staat er opeens weer een kop thee naast me die ik niet heb gezet.
Ik besef pas sinds ik dit opschreef hoeveel geluk ik daarmee heb. Niet iedereen heeft een moeder die meedenkt, en al helemaal niet eentje die een deel van het jaar gewoon komt wonen. Dat is nogal wat om te hebben.